vrijdag 23 maart 2012

Bevers wijken uit naar kleine beken

-->
Bevers wijken uit naar kleine beken

De beek is op sommige plaatsen niet breder dan anderhalve meter en soms zo ondiep dat er voor bevers niet in te zwemmen valt. Dat wordt buikschuiven! Toch zit er een bever in de Putbeek tussen Maria Hoop en Montfort, dat is zeker. En er wordt flink op los geknaagd hier! Zoveel zelfs dat ik denk dat er misschien al wel meer dan één bever zit. Wie weet heeft zich hier al een beverpaar gevestigd.

Op waarneming.nl zag ik een melding van knaagsporen. Vorig jaar was ik er al over getipt, maar werd toen naar een verkeerde locatie gestuurd. Nu weet ik precies waar ik moet zijn.





Vanaf het moment dat ik over het hek geklommen ben om langs de beek te lopen zie ik de eerste sporen al en dat gaat de hele wandeling zo door.



Overal zijn dunne bomen doorgeknaagd. Ze zijn helemaal kaalgevreten of ze liggen nog her en der over en naast de beek te wachten om verorberd te worden. Het landschap is hier nog volop in ontwikkeling sinds het Waterschap Roer en Overmaas in 2004/2005 de beek van een kaarsrechte waterafvoer veranderde in een meanderende stroom. Door deze aanpassing blijft het water langer in de bodem en vormt zich een moerasgebied.


Ik ken de situatie hier niet precies, maar volgens mij verzamelen een paar beeklopen uit deze regio zich om bij Linne in de Maas uit te monden. De bever heeft vanaf Linne in omgekeerde richting z’n weg landinwaarts gevonden. Op steeds meer plaatsen verlaat de bever de grote rivieren en bevolkt de kleinere beken. Tussen Montfort en Sint Joost zit een bever in de Vlootbeek. En een tijdje geleden vond ik een beverdam in de Neerpeelbeek. Een bijzondere ontwikkeling. Er zullen vast nog wel meer kleine beken zijn waar zich bevers hebben gevestigd, zonder dat de mens er al weet van heeft.

Ik neem aan dat deze Putbeek ook droge tijden kent, maar kennelijk vindt de bever het hier toch veilig genoeg. Als het waterpeil echt te laag wordt zal hij overgaan tot het bouwen van een dam. Voedselrijk is het in ieder geval, ondanks het feit dat hier onlangs een groot voertuig op rupsbanden aan het snoeien is geweest.


Binnen een paar maanden zal het wel weer helemaal dichtgroeien met riet en wilgen. 

Het valt me op dat ik nergens de geur van bevergeil ruik. Als mogelijke verklaring daarvoor bedenk ik dat er misschien in de nabije omtrek geen soortgenoten zitten en er weinig noodzaak is het territorium met duidelijke geurmerken af te bakenen. Maar misschien is mijn neus niet al te best. 



Ondanks dat de beek smal en ondiep is stroomt hij flink en het water is glashelder. Er zitten hele kleine visjes in, torretjes, larfjes en wat al niet meer. Dit groeit uit tot een prachtig natuurgebied. Deze snelstromende beek zal niet snel bevriezen en dat is voor de bever maar goed ook. Anders zou hij in een strenge winter nergens het water in kunnen en ook z’n burcht niet via de onderwateruitgang kunnen verlaten.







Burcht....?...waar is die dan? Naast de beek is nauwelijks hoogte waarin de bever een hol of burcht zou kunnen maken. Waar woont hij dan in vredesnaam? Daar breek ik me geruime tijd het hoofd over.




Uiteindelijk vind ik maar één plek waar hij zou kunnen zitten. Daar is het water wat dieper, zeker 1 meter, de oever gaat richting het weiland geleidelijk anderhalve meter de hoogte in en in het water liggen takken en wier die een mogelijke ingang verbergen.



Ik ga niet verklappen waar dat is, ik gun de bever z’n rust.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen